Heren van stand

     

 

   

Voorwoord
Inhoudsopgave
Inleiding
De Koninklijke Jaren
Heren van stand
Typisch Apeldoorns
De nieuwe tijd
De wapens en de sport
Bijlagen
Sitemap

HEREN VAN STAND (1894 tot 1920)

Een origineel Snider geweer uit 1872, zoals dit door de Koninklijke Scherpschutters in dezelfde tijd gebruikt werd.

Zonder overdrijving kan gesteld worden dat de Koninklijke Scherpschutters op dit tijdstip een begrip zijn geworden in de Apeldoornse samenleving. Bij iedere gebeurtenis geeft het Corps, gekleed in haar groot-tenue, acte de presénce dikwijls samen met de Harmonie. Bij het huwelijk van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik hebben de Koninklijke Scherpschutters van de Veluwe en de Harmonie een actieve rol gespeeld in de vorm van een defilé, afzettingen en als lijfwacht, van deze gebeurtenis dateert ook de foto op de grote markt. De leiding van de vereniging berust vanaf deze tijd bij een aantal zeer actieve notabelen, vaak van adellijke afkomst, die de vereniging dynamisch en vaardig besturen.

Veel van de namen van de voorzitters van de Koninklijke Scherpschutters van de Veluwe uit deze periode zijn nog terug te vinden in een aantal straatnamen, omdat zij op breed terrein maatschappelijk actief waren. De successen in de schietsport worden echter in tegenstelling tot de eerste periode steeds meer behaald door de leden en niet meer door het bestuur.

2.1 De plaats van de Koninklijke in de Apeldoornse samenleving

Op 3 januari 1894 wordt ten overstaan van de toenmalige kandidaat-notaris Jonkheer W. Bas Backer, die tevens secretaris en later commandant van de vereniging was, een stuk grond gekocht, gelegen in de nieuwe Enk te Apeldoorn. Dit is de huidige Schuttersweg, die haar naam heeft gevonden in de daar eens gelegen schietbanen van de Koninklijke Scherpschutters van de Veluwe. Het terrein was groot 84 roeden en 30 ellen (ongeveer 9000 vierkante meter) met de afmetingen 300 X 30 meter. Het terrein was eigendom geweest van de Apeldoornse industrieel Ankersmit die het aan de vereniging verkocht voor de somma van fl. 75,00. De heer Bas Backer koopt dit terrein op persoonlijke titel en schenkt het daarna aan de vereniging. De Ankersmits, zowel vader als zoon, waren ook lid van de Scherpschutters en Ankersmit senior was zelfs plaatsvervangend voorzitter van de Nederlandse Weerbaarheidsbond, vandaar misschien de lage prijs voor de grond.

De heer Gardeniers maakt een plan voor het inrichten van een schietbaan op dit terrein en begroot de kosten op fl. 500,00. Dit in onze moderne ogen lachwekkende bedragje (een beetje schietbaan kost nu meer dan een miljoen) is er echter niet.

Een van de grote wijzigingen van de omzetting van de vereniging naar een burgerschietvereniging is dat de vereniging niet langer volledig betaald wordt door de combinatie Koningshuis/Ministerie van Oorlog maar financieel gezien de eigen schuttersbroek op moet houden. Daarom worden onderhandse rentevrije obligaties onder de leden uitgegeven van fl. 10,00 groot ,tot een totaalbedrag van fl. 1000,-. Een van de leden van het eerste uur de heer Fiellietaz Goethart neemt onmiddellijk de eerste twintig obligaties voor zijn rekening, waarna het totale bedrag snel volgestort wordt. Hiermee wordt het volgende gedaan. Op het geschonken terrein wordt een schietbaan ingericht van 300 meter voor G.K.G , met vijf schietpunten en vier banen voor het revolverschieten met de nu ongebruikelijke afstand van 35 meter. De baan wordt voorzien van een houten palissade, de kosten hiervan blijven ruim onder de begroting met een bedrag van fl. 460,30. De heer Tiethof, een van de grondleggers van de huidige bouwmaterialenhandel Salomons Tiethof en latere voorzitter van de vereniging biedt aan om zonder winst, uitsluitend tegen de kosten, een stenen verenigingsgebouw op de baan neer te zetten.

Dit voorstel wordt onder daverend enthousiasme door de leden aanvaard. En zo wordt er inderdaad een klein stenen gebouw neergezet als verenigingsgebouw. Tenslotte wordt er een baanbeheerder (markeur geheten) in vaste dienst genomen.

De Koninklijke Scherpschutters en de Stedelijke Harmonie opgesteld op het marktplein, ter gelegenheid van het huwelijk van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik in 1902. Op de voorgrond de twee hoornblazers en de twee tamboers van het Corps. Rechts naast de stedelijke Harmonie de heer Ederlé. Geheel rechts vooraan, met getrokken sabel, de heren Hugenholtz en Bas Backer.

Deze beheerder (de heer Asselman) ontving naast zijn jaarsalaris van fl.100,- per jaar de rechten op de verkoop van het verschoten lood in de zandwal die als kogelvanger dienst deed. We kunnen dit lezen in een klaagbrief van het bestuur aan de commandant van de Rijksveldwachters , die ook gebruik maakten van de baan en na afloop de kogelvanger omspitten en het verschoten lood weer mee namen, terwijl dit een van de emolumenten was van de baanbeheerder.

De baan was in zijn tijd uitermate modern en zelfs uniek te noemen. Deze baan is dan ook van groot belang geweest voor de vereniging. Er werd geschoten op zondag. De ene zondag van 10 tot 12 en de andere zondag van 2 tot 4. Een verzoek van burgemeester en wethouders om niet op zondagochtend te schieten in verband met de zondagsrust werd door de vereniging naast zich neergelegd. Dit is des te opvallender als we weten dat het verenigingsgebouw sinds 1938 verhuurd werd als kerkgebouw voor fl. 4,50 per zondag aan de Christelijk Gereformeerde Kerk in Apeldoorn. Het is wel aan te nemen dat de kerkdiensten en het schieten niet gelijktijdig plaats vonden.

Op deze baan zijn talloze concoursen gehouden. Op een van deze wedstrijden werd het openingsschot gedaan door Prins Hendrik, de nieuwe beschermheer van het Corps na de abdicatie van Koningin Emma. Wie opent schiet een hoog getal, vond men in die dagen en uiteraard als een Koninklijke Hoogheid schiet, moet het een ‘tien’ zijn. Dus ging er een boodschap naar de kuil dat er een tien moest worden aangewezen.

Prins Hendrik legde aan en schoot, waarop uit de kuil de boodschap terugkwam ‘Koninklijke Hoogheid, het was een tien’! Heel even deed de Prins zijn gastheren verbleken door te verklaren dat het geweer dan wel heel slecht moest zijn, want hij had met opzet naast de schijf gericht.

Daarnaast werd in 1897 goedkeuring verkregen om in gebouw Tivoli een zaal geschikt te maken voor het ‘Flobert schieten’, het klein kaliber geweer schieten heeft hiermee officieel haar intrede gedaan bij de vereniging.

Een ansichtkaart uit 1904 toen de schietbaan nog een lokale bezienswaardigheid was.

In 1898 doet Koningin Emma als Regentesse afstand ten gunste van haar dochter de latere Koningin Wilhelmina. Er wordt onmiddellijk een verzoek gedaan aan Koningin Wilhelmina om beschermvrouwe van de vereniging te worden, maar deze schuift de prins-gemaal, Prins Hendrik naar voren. Die is in tegenstelling tot zijn vrouw een enthousiast jager en

schutter en neemt het beschermheerschap op zich. Tot zijn dood heeft de prins zich actief bemoeid met en zich ingezet voor de vereniging. Dat hij een goed schutter was blijkt uit zijn uitslagenbriefje van het Nationaal Concours van 1902.

In 1898 werd de ‘algemene dienstplicht’ ingevoerd en kwam ook de eerste wapenwet die het bezit van wapens onder de burgers tegen ging tot stand. Dit

was het einde van de meeste Schutterijen en Weerbaarheidsverenigingen. Een aantal vormde zich om tot schietverenigingen, maar de meeste vielen uit elkaar en verdwenen.

Bij de Koninklijke Scherpschutters van de Veluwe leidt dit tot het overblijven van de enthousiaste sportschutters en de geoefendheid en de resultaten gaan dan ook sterk omhoog, maar de vereniging blijft klein (rond de 50 leden). In 1900 doet zich onder de bezielende leiding van het bestuur een nieuwe wijziging voor.

Er wordt een samenwerkingsverband gesloten met de ‘Afdeling Apeldoorn voor VolksWeerbaarheid’. Dit is een grote vereniging met veel leden en een lage contributie die echter geen wapens en geen schietbanen heeft, zodat de Weerbaarheid zich beperkt tot woorden in plaats van daden.

Tegen betaling van een gulden per jaar contributie worden al deze leden ook lid van de Koninklijke Scherpschutters van de Veluwe. Het ledenbestand stijgt hiermee in één klap tot boven de driehonderd. Veel daarvan zeggen nadat ze nu voor het eerst echt geschoten hebben hun lidmaatschap weer snel op, maar de echte enthousiaste schutters blijven.

Daarnaast woedt er een ‘politieke’ discussie. De boerenoorlogen verdelen de schutters in twee partijen. Dit is

Het uitslagbriefje van Prins Hendrik uit 1902. Opmerkelijk is de afwijkende puntentelling uit deze tijd. Het hoogste schot was geen '10' maar een '12'. Zie de toen gebruikte schijf in de bijlagen.

geen kwestie van pro of contra de boeren, want alle schutters steunen president Kruger in zijn verzet tegen de Engelsen, maar wel de vraag hoever deze steun moet gaan. Een aantal schutters vindt dat er daadwerkelijke financiële steun en ook wapens naar de boeren gestuurd moeten worden. Anderen vinden dat te ver gaan. Naar hun mening gaat het met name om de verdediging van het Vaderland.

Het bestuur weet de discussie te sussen. Toch is deze zaak nog jaren later de oorzaak van het ontstaan van een nieuwe Weerbaarheidsvereniging ‘Voor Koningin en Vaderland geheten, met de nadruk op het Vaderland in de meest ruime zin des woords.

In de militiewet die in werking trad op 1 april 1903, worden de Schutterijen definitief verboden en opgeheven. Dit geeft een nieuwe impuls aan het oprichten van Weerbaarheidsverenigingen. Op 4 september 1906 wordt in Apeldoorn de Weerbaarheidsvereniging ‘Voor Koningin en Vaderland’ opgericht. Het verschil tussen deze vereniging en de Koninklijke Scherpschutters is de ideële achtergrond. Tegenwoordig zouden we de verschillen als onbelangrijk gekwalificeerd hebben, maar toen waren ze wezenlijk. Kortweg

De bouwtekening van de Flobertbanen in TIVOLI van 1898. Het gebouw TIVOLI bestaat niet meer. De huidige bioscoop heeft alleen de naam gemeen.

komt het hier op neer dat bij de Koninklijke het Scherpschieten op de eerste plaats staat en bij ‘Voor Koningin en Vaderland’ de verdediging van het Nederlandsche Rijk en hare overzeesche gebiedsdelen. Voor ‘Koningin en Vaderland’ heeft geen eigen banen en wapens en maakt daarom gebruik van de faciliteiten van de Koninklijke Scherpschutters van de Veluwe. Zo worden de schietbanen op zondagmiddag gehuurd voor fl. 37,50 per jaar (in de crisistijd verlaagd tot fl. 30,00 per jaar).

Het diploma voor het behalen van het Kampioenschap van Gelderland in 1910 (met dank aan de heer J. Klein Nagelvoort).

 Ondank hun ideologische verschillen hebben beide verenigingen altijd een goede band met elkaar gehad en fuseren dan ook uiteindelijk in 1946. Echter ook al voor de fusie zijn er diverse leden lid van beide verenigingen.

Opvallend zijn de successen die de vereniging in de periode 1900 tot 1920 behaalt. De helft van alle Nederlandse titels gaan naar de Koninklijke Scherpschutters. Samen met de zusterorganisaties de Rotterdamse- en Haagse Scherpschutters is het zelfs bijna 100 procent.

Met het uitbreken van de eerste wereldoorlog doen zich grote veranderingen voor.

Apeldoorn wordt overspoeld met gemobiliseerde troepen. In drie maanden verdubbelt het inwonersaantal door alle militairen die er gelegerd worden.

Ook voor de Scherpschutters brengt deze periode veranderingen met zich mee.

Prins Hendrik bij het verlaten van een concours van de Koninklijke Scherpschutters in 1927.

In 1914 dienen alle militaire geweren en patronen ingeleverd te worden bij de burgemeester. De grootkaliberbaan wordt gevorderd en gebruikt door de inmiddels gemobiliseerde troepen. Hiervoor wordt een vergoeding betaald van fl. 25,00 per dag dat de baan gebruikt wordt (in 1939 herhaalt zich dit). In 1916 doet de overheid een beroep op de vaderlandsliefde van de vereniging om van dit bedrag te willen afzien in verband met ‘de deplorabele toestand van ‘s Rijks schatkist’. Uiteraard is dit beroep niet tevergeefs en de militairen schieten in het vervolg gratis. Er wordt in 1914-1918 nog wel klein kaliber geschoten, maar het groot kaliber geweer schieten kan pas in 1920 weer worden hervat. Vanaf die datum begint de situatie zich weer snel te normaliseren. De Scherpschutters ontvangen per jaar 3500 6.5 mm patronen en 40 M-95 geweren gratis van het Ministerie van Oorlog. Extra patronen en geweren kunnen bij de Koninklijke Nederlandse Artillerie Inrichtingen in Hembrug, gemeente Zaandam, daarom kortweg aangeduid als de Hembrug, besteld worden tegen de prijs van respectievelijk vier cent en f1 23,50 per stuk.

2.2 Het einde van een tijdperk

In de twintiger jaren gaan de maatschappelijke veranderingen ook niet voorbij aan de vereniging. Onder invloed van het nu ook in Apeldoorn sterk opkomend socialisme en pacifisme

Een aantal leden van de vereniging uitgerust met M-95 geweren. Een uitzondering vormt de tweede man van links. Hij heeft een sportgeweer met dubbele trekker/versneller aan de voet. De foto is rond 1922 genomen bij de schietbaan aan de Schutersweg.

ontstaat er steeds meer weerstand tegen het nog steeds militaire karakter van de vereniging, met de daaraan verbonden rangen, standen en uniformen, In 1919 komt de eerste Wapenwet tot stand die het voor burgers onmogelijk maakt wapens te bezitten zonder vergunning. In 1921 verliezen de Weerbaarheidsverenigingen bovendien hun militaire basis. De Weerbaarheidsverenigingen zouden hun rol als reserve voor het geregelde leger nog houden tot 1923, daarna kwam ook hier een einde aan.

Na 1923 werd de rol van de Schutterijen en Weerbaarheidsverenigingen nog enigermate overgenomen door de Vrijwillige Landstormafdelingen rechtstreeks onder controle van het leger.

De Vrijwillige Landstorm was een soort Nationale Reserve, die in tijd van nood (lees mobilisatie van het reguliere leger) bedoeld was om strategische doelen te bewaken.

Maar in zijn algemeenheid kan toch wel gesteld worden dat na 1923 de verdediging van het vaderland geen rol meer was

Een aantal leden bij het schijvenuitgiftebureau. Een onbekend lid uit het verleden heeft er het jaartal en de namen bij geschreven.

weggelegd voor de vrijwillig georganiseerde burger. De nog bestaande en actieve Weerbaarheidsverenigingen vormen zich om tot schietverenigingen, met als enig doel het bedrijven van de schietsport of houden op te bestaan. Hiermee kwam een definitief einde aan de rol van de ‘gewapende burger in de Schutterijen’ en een geschiedenis van 600 jaar.

Hoewel er nog wel wapens en munitie verstrekt worden aan de Weerbaarheidsverenigingen, is hiermee het nationalistische en vaderlandslievende element definitief dood in de Weerbaarheidsverenigingen, zij zijn van nu af aan nog ‘slechts’ schietverenigingen.

Groepsfoto van alle leden van de vereniging. Tijd en plaats onbekend, waarschijnlijk gemaakt omstreeks 1912.

Voor veel leden die zich vooral door vaderlandsliefde hebben laten motiveren is dit onverteerbaar en zij zeggen dan ook hun lidmaatschap op. Niet helemaal ten onrechte, want daarna is er, behalve een eindeloze reeks wedstrijdverslagen, weinig

Groepsfoto van alle leden van de vereniging. Tijd en plaats onbekend, waarschijnlijk gemaakt omstreeks 1912.

nieuws meer te vinden over de vereniging in zowel haar archief als de kranten in de periode 1920 tot 1937. De periode 1945 tot 1967 ontbreekt zelfs vrijwel volledig in het archief; hierover is niets te vinden. Mogelijk is de brand in 1974 hier oorzaak van geweest, maar waarschijnlijker de toch wel introverte houding van de vereniging in die tijd. Ons kent ons, dus waarom zouden we het op papier zetten?

We weten wel dat in deze periode de volgende veranderingen optreden:

  • De gescheiden functies van voorzitter en kapitein-kommandant verdwijnen. Alleen de voorzittersfunctie blijft over.

  • De voornamelijk nationalistisch gedreven bovenlaag van de vereniging (onder andere Bas Backer!) bedankt voor zijn lidmaatschap;

  • Er worden diverse andere schietverenigingen (gericht op de gezelligheid) in Apeldoorn opgericht;

  • De uniformen worden afgeschaft en nog slechts op hoogtijdagen gedragen;

  • Er komt een andere groep bestuurders, de plaatselijke industriëlen en middenstanders;

  • Het militaire schieten loopt steeds verder terug en de overgang naar het sportschieten is definitief

Dit laatste blijkt bijvoorbeeld uit de cijfers van 1926. Er zijn dan 94 leden die elk fl 2,50 contributie per jaar betalen maar slechts 50 leden zijn aangesloten bij de overkoepelende Weerbaarheidsbond.

Het zijn de toenmalige voorzitters de heren Jonkers en later de Scheuter die de vereniging uit het dal weten te trekken. Vooral de laatste verlegt het nadruk naar het ‘juist schieten’; de puur op de sportieve prestatie gerichte kant van het schieten.

De goede accommodatie en de fraaie ligging van de baan werden optimaal benut door jaarlijks in de zomer een schietweek te organiseren. Aan deze schietweken namen schutters en verenigingen uit het hele land deel. Vrouw en kinderen worden meegenomen en brengen hun vakantie in de Apeldoornse bossen door, terwijl vader zijn tijd doorbrengt op de schietbaan. Deze wedstrijden trekken zoveel deelnemers dat zij uit toeristisch oogpunt belangrijk worden.

Zo maakt de net opgerichte Apeldoornse VVV reclame voor de schietsportweek! Daarnaast heeft de vereniging het voordeel over een aantal uitstekende schutters te beschikken die ook hun rol op landelijk niveau goed kunnen meespelen.

In 1920 vaardigde Nederland via de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Scherpschutters een aantal deelnemers af naar de Olympische spelen in Antwerpen. Van deze afvaardiging maakte ook het Koninklijke Scherpschutterslid de heer Scheuter deel uit. In 1927 worden de wereldkampioenschappen gehouden in Nederland in Loosduinen. Zonder een prijs te behalen kan de heer Scheuter toch aardig meekomen in de wereldtop.

Sportief gezien gaat de vereniging een periode van grote bloei tegemoet, het karakter van de vereniging is echter definitief gewijzigd. Het is een typisch Apeldoornse vereniging geworden, dit in de zin van, voor en door de Apeldoorners.

 


De Koninklijke Scherpschutters van de Veluwe ( KSvdV ) is lid van de Koninklijke Nederlandse Scherpschutters Associatie ( KNSA)

 
            


Copyright © 2001/2003 K.S.v.d.V. Alle rechten voorbehouden.
Opmerkingen over deze website kunt u sturen aan webmaster@ksvdv.nl

This page is best to be viewed on a monitor