KSvdV Jubileum Boek

Tempora mutantur, nos et mutamur in illis, ofwel de tijden veranderen en wij met hen zo verzuchtte een middeleeuws keizer al. 150 jaar is voor iedere vereniging een indrukwekkende leeftijd.

De Koninklijke Scherpschutters van de Veluwe, of kortweg de K.S.v.d.V behoort alleen al op deze grond tot een exclusief en beperkt gezelschap. Nog opmerkelijker is het aantal metamorfoses dat de vereniging heeft meegemaakt en overleefd in deze 150 jaar.

De ontwikkeling van Weerbaarheidsvereniging, naar koninklijk troetelkind en vervolgens via een stevig geworteld plaatselijk en burgerlijk geworteld instituut tot moderne schietvereniging is zeer opmerkelijk. Dit temeer daar ook de ondersteuning en waardering vanuit de samenleving in de afgelopen 150 jaar sterk is veranderd. Nederland is geen militaristisch land en sterke nationalistische gevoelens worden niet (meer) gekoesterd. Verreweg het grootste deel van de Weerbaarheidsverenigingen is dan ook opgehouden te bestaan. Ook is Nederland geen land waar de schietsport een vanzelfsprekend en geaccepteerd verschijnsel is, zoals in landen als Zwitserland, Zweden en Finland. In tegendeel het pad van de sportschutter is bezaaid met regelgeving, controles en soms zelfs het opboksen tegen vooroordelen.

Maar ooit is het anders geweest en maakte de ‘wapenhandel’, dat is op een goede en verantwoorde manier met wapens kunnen omgaan, een belangrijk deel uit van onze cultuur. Dat blijkt alleen al uit de alom aanwezige namen in onze steden als ‘de Doelen’, de Kloveniers- en Schutters- straten, pleinen en wat dies meer zij. Ik heb hier geen verklaring voor, noch ben ik hiernaar op zoek.
Dit boek beoogt slechts het verleden en de ontwikkelingsgang van de Koninklijke Scherpschutters van de Veluwe te belichten aan de hand van haar 150 jarige geschiedenis. Hoewel de achtergronden van de oprichting van de Weerbaarheidsverenigingen in de 19e eeuw een landelijk fenomeen vormde, is de geschiedenis van de Koninklijke Scherpschutters van de Veluwe ook nauw ook nauw verbonden met die van paleis het Loo en de gemeente Apeldoorn en hun respectieve bewoners. Zo zijn veel van de Apeldoornse straatnamen waarin bekende Apeldoorners vernoemd zijn die hun steentje aan de ontwikkeling van het dorp en later de stad hebben bijgedragen terug te vinden in de ledenregisters van de KSvdV, als oprichters, bestuurders en leden.

De vereniging was een wezenlijk onderdeel van de Apeldoornse samenleving waarvan de notabelen zich goed bewust waren. Dit werd en wordt nog versterkt door het predicaat ‘Koninklijk’. Dit mogen dragen schiep en schept verplichtingen ‘noblesse s’oblige’. De vereniging heeft altijd getracht ‘het vaandel’ letterlijk en figuurlijk hoog te houden. Honderdvijftig lang zijn ze daar in geslaagd op en buiten de schietbanen. Het is mijn hoop dat deze geest en traditie in de komende jaren met onverminderd elan door de vereniging mag worden uitgedragen. Daarom is het jammer dat dit stuk geschiedenis dreigt te verdwijnen uit ons collectieve geheugen. Om dit te voorkomen is de geschiedenis van de Koninklijke Scherpschutters op schrift gezet. Deze geschiedenis is geen epos, misschien straalt zij in moderne ogen zelfs wel nationalisme en burgerlijkheid uit. Het is echter hoe men het ook wendt of keert de geschiedenis van een tijdperk.

Ik heb getracht deze geschiedenis zo feitelijk mogelijk op papier te zetten, binnen de beperkte mogelijkheden die mij ten dienste stonden. Zo was het verenigingsarchief totaal ongeordend en incompleet. Stukken van het archief waren al door vorige bestuursleden geschonken aan de stichting Felua, die ze op haar beurt weer schonk aan het Apeldoorns Historisch Museum (nu CODA). Daarnaast zijn er stukken geschonken aan het gemeentearchief. In alle gevallen is de waardering voor deze stukken in de loop der tijd afgenomen en de zorgvuldige behandeling daarmee ook.
Ten slotte is bij de brand die in het verenigingsgebouw in 1974 gewoed heeft veel verloren gegaan, hoewel dit minder is dan werd gedacht. En last but not least er is gewoon veel verdwenen omdat men er de historische waarde niet van inzag en de leden het daarom weggooiden of te goeder trouw mee naar huis namen.

Ook een oproep bij het 125 jarig bestaan in de, toen nog zo geheten, Nieuwe Apeldoornse courant aan de Apeldoorners om de nog ontbrekende stukken in te vullen, heeft veel reacties maar weinig materiaal en feiten opgeleverd. De meest betrouwbare en uitgebreide bronnen bleken de archieven en niet te vergeten oude jaargangen van de ‘Apeldoornsche Courant’ te zijn, waarmee in het laatste geval bewezen is dat een krant meer dan dagwaarde heeft. Nadeel is wel dat vooral oude krantenfoto’s erg grof gerasterd zijn, waardoor de kwaliteit niet goed is. De zeldzaamheid van de foto’s compenseert dit hopelijk.
Dit alles verklaart wel de zekere mate van onevenredigheid van het behandelde materiaal in het boek. Naast het feit dat de vereniging terecht trots kan zijn op haar ontstaan en vroegste historie, is het simpelweg zo dat over deze eerste (de Koninklijke) periode het meest terug te vinden is in de archieven. Van de periode na 1927 is vrijwel geen materiaal te vinden, noch in het verenigingsarchief noch in de andere archieven. Is dus deze periode onderbelicht gebleven dan is dat geen bewuste keuze van de auteur, maar eenvoudig te wijten aan het gebrek aan bronnenmateriaal.

Bij de uitgave van 2017 :
In deze nieuwe uitgave van het jubileumboek van 1992 zijn een aantal correcties en toevoegingen en vooral meer foto’s, verwerkt. In dit kader gaat dank uit naar Bert Bal die zich veel moeite heeft getroost om in het Iconografisch bureau in Den Haag afbeeldingen van de ereleden en commandanten en voorzitters boven water te halen. Over de 25 jaar die inmiddels zijn verstreken valt betrekkelijk weinig te melden. Onder het motto “geen nieuws is goed nieuws” kan ook hier worden gesteld dat dit positief is. Ondanks voortdurend aanscherpende wetgeving, milieueisen en Hinderwetvergunningen en bovenal het wegvallen van iedere steun van de kant van de overheid verkeert de vereniging in stabiel vaarwater.
Ze is financieel gezond, heeft geen grote crisissen in deze periode gekend, ontwikkelt zich en groeit mee met nieuwe initiatieven in de schietsport en bloeit onder de leiding van bekwame bestuurders. Misschien teleurstellend voor amateurhistorici, maar goed voor de vereniging.
Mogen we hetzelfde kunnen zeggen bij het 200 jarig bestaan.

A.A. Vreven.

Lees het hele Boek [hier] (let op 35 Mb download)